Hoed & Rand [H&R]

Paddenstoelenstenen

De Antwerpse kamergeleerde Franciscus van Sterbeeck deed in zijn in 1668 verschenen Tractaet van de Campernoillien melding van paddenstoelenstenen die door Rembert Dodoens (1517- 1585) in de omgeving van Napels waren aangetroffen. In zijn in 1672 verschenen Theatrum Fungorum noemt Van Sterbeeck naast Dodoens meer bronnen: Jean Ruel (1474-1537), Matthias de l’Obel (1538-1616) en Ludovicus Nonnius (1553-1645). Van Sterbeeck merkt hierbij op dat géén van deze auteurs de stenen duidelijk beschrijft of aangeeft hoe ze zijn te onderscheiden van andere stenen. Het geheim van de paddenstoelenstenen uit het ‘Ryck van Napels’ bleef lange tijd goed bewaard.